6 bedrijven, 230 miljoen per jaar - en niemand die zich afvraagt wat er gebeurt als er eentje omvalt
In dit artikel:
De Rijksoverheid gaf in 2024 ruim 230 miljoen euro uit aan acht grote it-leveranciers — bijna een verdubbeling ten opzichte van 2020 (126 miljoen). Namen als Capgemini, Atos, CGI, IBM, KPN en Ordina domineren al jaren de overheidsaanbestedingen: vaak als hoofdaannemer, regelmatig als onderaannemer en soms betrokken bij de voorbereiding van de specificaties. Capgemini zat bijvoorbeeld in 37 van de 148 grote rijksprojecten, Atos in 22 en IBM in 19. Een klein aantal bedrijven vormt zo de digitale ruggengraat van de overheid.
Tegelijkertijd groeit het aantal opdrachten dat zonder openbare competitie wordt gegund: onderhandelingen zonder voorafgaande bekendmaking stegen van 510 in 2018 naar 1.548 in 2024. Vaak wordt zo gezegd dat “er maar één partij” geschikt is — soms terecht, maar vaak is het gemak of bestaande afhankelijkheid. Grote raamcontracten met lange looptijden, zware kwalificatienormen en toenemende maatwerkintegratie maken overstappen steeds lastiger.
De kwetsbaarheid van dit ecosysteem bleek scherp tijdens de Atos-crisis in 2023. Het bedrijf leed miljardenverlies, stond diep in de schulden en zag financiers afhaken. Dat zette instanties als de Sociale Verzekeringsbank (die AOW en kinderbijslag betaalt), het CIZ (medische data van zorgontvangers) en Defensie onder grote stress. Hoewel Atos ternauwernood bleef bestaan, toonde de situatie hoe dicht essentiële publieke functies bij een commercieel falen kunnen komen te liggen.
Structurele factoren voeden de lock‑in: lange contracten met verlengingen, certificatie- en referentie-eisen die kleinere spelers buiten sluiten, en stapeling van maatwerk waardoor uitfaseren duurder wordt. Resultaat: 50 procent van de Europese aanbestedingen in Nederland gaat naar één procent van de bedrijven; die een procent incasseert 79 procent van de totale waarde. De Rapportage Grote ICT-activiteiten 2024 meldt bovendien 184 projecten boven vijf miljoen euro met een gemiddelde kostenoverschrijding van 27 procent — het hoogste ooit gemeten.
Juridisch is er weinig soelaas: het Europees Hof van Justitie (zaak C-578/23, januari 2025) oordeelde dat vendor lock‑in geen geldige uitsluitingsgrond is wanneer de exclusiviteit door de opdrachtgever zelf is gecreëerd; opdrachtgevers moeten aantonen dat ze bij de oorspronkelijke inkoop alles hebben gedaan om lock‑in te voorkomen en dat er economisch geen redelijke uitweg bestond.
Kleinere it-bedrijven zien weinig kans om door te dringen: technisch vaak beter of goedkoper, maar meestal alleen inzetbaar als kwetsbare onderaannemer. De conclusie van het stuk is direct: het model is al gebroken — de vraag is of politiek en ambtelijke leiding de moed hebben om in te grijpen voordat een volgende leverancier valt en noodplannen tekortschieten. Mogelijke oplossingsrichtingen zijn diversificatie van leveranciers, modularisering van systemen, strengere eisen aan exit‑planning en data‑portabiliteit, en meer open standaarden in overheids‑it.