8 vragen over de Nederlandse AI-fabriek

vrijdag, 5 juni 2026 (15:03) - Computable

In dit artikel:

Over ruim een jaar opent in Groningen de Nederlandse AI‑Fabriek: een nationaal expertisecentrum met een gespecialiseerde ai‑supercomputer, gevestigd in het voormalige Niemeyer‑tabaksgebouw. Coördinator Edwin Kuipers gaf tijdens het Nederlandse AI Congres 2026 een update over planning, capaciteit, financiering en welke partijen al aan de slag kunnen.

De faciliteit huisvest ongeveer 1.800 geavanceerde gpu’s die als één samenwerkend systeem fungeren; het compute‑gedeelte beslaat ruwweg de oppervlakte van een 25‑meter zwembad. De totale investering bedraagt rond de €200 miljoen, gefinancierd door Europa (EuroHPC), de Nederlandse overheid en het Nij Begun‑programma voor Groningen/Noord‑Drenthe. Ongeveer 50% van het budget gaat naar rekenkracht, 40% naar personeel en 10% naar energiekosten. Vier hoofdpartners sturen het project: SURF, TNO, AIC4NL en Samenwerking Noord; daarnaast zijn ruim tweehonderd lokale publieke en private organisaties betrokken.

Het expertisecentrum is begonnen met werving en zal teams ondersteunen bij technische voorbereiding: software paralleliseren, hpc‑optimalisatie en datagerelateerde taken, plus opschaling naar EuroHPC‑niveau. De AI‑Fabriek richt zich op de quadruple‑helix‑aanpak (overheid, kennisinstellingen, bedrijven en maatschappij) en wil vooral het mkb en sectoren als energie, zorg, maakindustrie en agrifood helpen bij concrete ai‑toepassingen. Modellen mogen voor commerciële productie naar commerciële infrastructuur verhuizen.

Rekentijd is al via EuroHPC‑calls aan te vragen in drie categorieën: Playground (tot 5.000 GPU‑uur, snelle beoordeling), Fast lane (5.000–50.000 GPU‑uur, twee‑maandelijkse rondes) en Large Scale (>50.000 GPU‑uur, zwaardere beoordeling). Gebruik van rekencapaciteit is gratis binnen Europese steunregels; het expertisecentrum begeleidt aanvragen en eerste runs.

De helft van de capaciteit is voor Europese gebruikers—een EuroHPC‑voorwaarde—terwijl de Nederlandse helft voor 23% naar Noord‑Nederland en 27% naar de rest van het land is bestemd. Leverancier van de systemen wordt nog aanbesteed. Belangrijke randvoorwaarden zijn digitale soevereiniteit (hardware Europees eigendom), geen extra netcongestie en duurzaam ontwerp met restwarmte‑hergebruik.