'Dit uitbestedingsproject voor omzetbelasting moet koste wat kost stoppen'
In dit artikel:
Ict-expert Marcel van Kooten heeft met een reconstructie van openbare bronnen een politiek debat losgemaakt over de uitbesteding van de software voor de omzetbelasting (OB) van de Belastingdienst. Het contract voor deze on‑premises applicatiedienst ging in maart vorig jaar naar het Amerikaanse Fast Enterprises (gevestigd in Centennial, Colorado). Naar aanleiding van media-aandacht en Kamervragen bespreekt de Tweede Kamer dit dossier op 10 en 19 maart.
Van Kooten waarschuwt dat de keuze voor een Amerikaanse leverancier strijdig is met het EU‑streven naar digitale autonomie en een kwetsbare afhankelijkheid creëert. Hoewel de servers fysiek in het datacenter van de Belastingdienst in Apeldoorn zouden staan en lokaal personeel beheer voert, is het systeem gesloten (closed source) en eigendom en kennismonopolie van de leverancier. Als Fast Enterprises op enig moment stopt met ondersteuning voor incident response, bugfixes, onderhoud of aanpassing bij wetswijzigingen, kan het systeem in Apeldoorn onbruikbaar worden, aldus Van Kooten.
Hij plaatst die technische afhankelijkheid in een geopolitieke context: handelsdrukkingen en politieke druk van de VS tonen volgens hem aan dat commerciële relaties niet immuun zijn voor spanningen tussen staten. De recente signalen rondom de VS en Europese landen, en voorbeelden van Fast Enterprises’ klantenkring (onder meer Denemarken en Servië), maken volgens hem duidelijk dat Nederland risico loopt als kerninfrastructuur in handen komt van niet‑Europese partijen.
De staatssecretaris stelt dat de uitvoering al te ver gevorderd is om terug te draaien; Van Kooten noemt dat onterecht en verwijst naar onderzoek door Kamerlid Barbara Kathmann waaruit zou blijken dat er niets onomkeerbaars is. Hij pleit voor directe stappen: juridisch laten uitzoeken of het contract kan worden afgekocht, een onafhankelijk onderzoek naar koppelingen en risico’s, en het intern herstarten van een nieuwbouwproject voor het OB‑systeem binnen de Belastingdienst. Praktisch adviseert hij een klein kernteam (enkele software‑architecten en top‑business‑consultants) onder toezicht van het Adviescollege ICT (AcICT) om de operatie te beschermen en bestuurbaar te houden.
Wat kosten en precedent betreft: Van Kooten verwacht dat een afkoop mogelijk is en relatief beperkt in relatie tot de totale IT‑begroting van de Belastingdienst, al zou dat voor belastingbetalers zuur zijn. Hij stelt dat een dergelijke intrekking geen kettingreactie hoeft te veroorzaken voor andere aanbestedingen, mits het Rijk duidelijke kaders en modelcontracten met exit‑condities vastlegt.
Op Europees niveau ziet hij positieve bewegingen: de Commissie publiceerde een Cloud Sovereignty Framework en werkt aan instrumenten (zoals de voorgestelde Industrial Accelerator Act) om voorkeursruimte voor Europese aanbieders te creëren. Van Kooten dringt er op aan die beleidsinstrumenten en strengere aanbestedingsvoorwaarden (bijvoorbeeld garanties rond data‑bescherming en leveringszekerheid) te benutten om toekomstige afhankelijkheid van niet‑Europese technologie te beperken.