eEvidence? 9 vragen over EU-wet rondom digitaal bewijs
In dit artikel:
Sinds 18 augustus 2026 geldt in de hele Europese Unie de eEvidence-verordening. De regels verplichten digitale dienstverleners, waaronder internet- en communicatieaanbieders, cloudbedrijven, online platforms, marktplaatsen en beheerders van domein- en ip-diensten, om digitaal bewijsmateriaal snel en veilig te verstrekken aan justitiële autoriteiten in andere lidstaten.
Het kan gaan om contactgegevens, ip-adressen, verkeersinformatie, e-mailgegevens en opgeslagen communicatie die relevant zijn voor strafzaken. Autoriteiten kunnen daarvoor een Europees verstrekkings- of bewaringsbevel uitvaardigen. Dienstverleners moeten binnen tien dagen reageren; bij spoed geldt een termijn van acht uur. Privacy- en veiligheidsregels blijven van kracht.
Bedrijven moeten zich registreren in de Court Database van de Europese Commissie. In Nederland is die registratie naar verwachting pas begin 2027 operationeel, omdat de ACM nog geen toezichtbevoegdheid heeft. De verplichtingen gelden echter al, waardoor Nederlandse aanbieders nu al verzoeken uit andere EU-landen kunnen ontvangen en eraan moeten voldoen.
Voorstanders wijzen erop dat digitale sporen grensoverschrijdende opsporing efficiënter maken. Critici vrezen dat autoriteiten rechtstreeks data kunnen opvragen zonder voorafgaande toetsing door het land waar een provider is gevestigd. Ook ontbreekt voorafgaande informatie aan gebruikers en zouden de korte reactietermijnen, vooral bij grote verzoeken, voor bedrijven moeilijk haalbaar zijn.
Vandaag Inside: Johan Derksen geeft vaste bargast nog één laatste kans: ‘Het houdt een keer op...’