Hoe kom ik van mijn MacBook af?

maandag, 23 maart 2026 (07:17) - Computable

In dit artikel:

Robbert Hoeffnagel, doorgewinterde ict-journalist, beschrijft zijn persoonlijke overstap van het Apple-ecosysteem naar Europese en open source-oplossingen als onderdeel van een bredere beweging richting digitale soevereiniteit. Recent verving hij zijn MacBook door een oudere ThinkPad met openSUSE en zette een Spaanse Slimbook Zero in als thuisserver met Debian. Op die machines draait onder meer Ollama met open-source AI-modellen (zoals Mistral) voor werk en hobby.

Praktisch werkend gebruikt Hoeffnagel LibreOffice als kantoorpakket, Vivaldi als browser, Thunderbird voor e-mail en Nextcloud (gehost bij het Europese datacenter Tab.digital) voor bestandsopslag en synchronisatie. Voor snelle bestandsoverdracht schakelt hij tussen diensten als Smash, Wormhole of KPN Secure File Transfer; anders deelt hij via Nextcloud. Voor videocalls zet hij Jitsi in, al komt hij vaak in aanraking met Microsoft Teams en is daarvoor nog regelmatig afhankelijk van zijn iPhone. Zijn telefoon is voorlopig nog een iPhone; bij vervanging overweegt hij een Fairphone met het Europese, “de-googled” e/OS van Murena.

De overstap verliep volgens hem eenvoudiger dan verwacht: gebruikers wennen snel aan andere interfaces en veel tools zijn volwassen genoeg om dagelijkse werkzaamheden te ondersteunen. Tegelijk stuit hij op praktische barrières: oude Mac-native bestanden moesten worden geconverteerd (sommige naar docx/xlsx), printers vereisten hulp van kennissen en bepaalde professionele workflows blijven afhankelijk van Adobe of Microsoft, waardoor volledige loskoppeling niet altijd mogelijk is. Dit illustreert hoe digitale ketens en vendor lock-in migraties bemoeilijken.

Hoeffnagel benadrukt ook de samenwerking en kennisdeling binnen open source-gemeenschappen als groot voordeel: ontbrekende functies kun je helpen verbeteren. Hij verwijst naar succesvolle grootschalige voorbeelden, zoals een Franse onderwijsomgeving rond Parijs die op open source gebaseerd is en meer dan een half miljoen gebruikers bedient — een tegenvoorbeeld van instellingen die beweren dat er geen alternatieven voor Office 365 zijn.

Verder bespreekt hij de behoefte aan Europese alternatieven voor platforms als LinkedIn en GitHub. Voor ontwikkelaars noemt hij opties als Codeberg, GitLab, Gitea en SourceHut, en noemt GitHub Copilot als bron van onrust bij sommige ontwikkelaars. Voor communitytools en chat/VoIP wijst hij op Fluxer. Tot slot geeft hij bronnen en initiatieven (European Alternatives, European AI Atlas) mee en roept hij lezers op om niet te accepteren dat Big Tech het enige alternatief is.