Kabinet omarmt Europese Data-unie als nieuwe pijler van integratie

woensdag, 31 december 2026 (07:17) - Computable

In dit artikel:

Het kabinet reageert positief op het voorstel van de Europese Commissie om bestaande Europese datawetgeving te harmoniseren en een Europese "data-unie" op te zetten. Minister David van Weel (Buitenlandse Zaken) stuurde een toelichtende fiche naar de Tweede Kamer waarin hij het Commissievoorstel analyseert: naast het vrijmaken van meer trainingsdata voor ai beoogt het voorstel digitale regelgeving te stroomlijnen en een strategisch internationaal databeleid richting niet‑EU-landen vorm te geven.

De Commissie wil met de data-unie drie problemen aanpakken: het tekort aan bruikbare data dat innovatie remt, versnipperde regelgeving die groei belemmert, en de geopolitieke concurrentie om data als strategisch bezit. Den Haag onderschrijft dat hergebruik van hoogwaardige gegevens kansen biedt voor maatschappelijke uitdagingen en economische waardeschepping, en ziet extra belang nu ai aan invloed wint.

Tegelijk stelt het kabinet scherpe vragen bij onderdelen van het plan. Er is zorg of er genoeg aandacht is voor referentie-data — gestandaardiseerde codes, classificaties en definities die consistentie in datasystemen en ai-modellen waarborgen. De geplande datalabs (onderdeel van zogenaamde ai-fabrieken) worden toegejuicht omdat ze ontwikkelaars moeten helpen aan schaalbare, kwalitatieve data, maar het kabinet vreest overlap met bestaande initiatieven en mist duidelijkheid over wie deze labs gaat exploiteren en hoe ze worden ingepast bij ai-fabrieken en de bestaande European Digital Innovation Hubs (EDIHs).

Ook ontbreekt volgens Den Haag een langetermijnvisie voor data spaces: de technische en organisatorische ontwikkeling is nog pril en vraagt verdere uitwerking. Verder is er twijfel over nut en uitvoerbaarheid van een synthetische-data-fabriek en een certificeringsschema voor kunstmatig gegenereerde data; standaarden voor datakwaliteit worden wel gewaardeerd, maar meetbaarheid bij ongestructureerde data en de kosten voor datahouders roepen vragen op.

Nederland staat niet alleen: een meerderheid van de lidstaten wordt naar verwachting positief, met Estonia en Denemarken die al vergelijkbare standpunten hebben geuit. De positie van het Europees Parlement is nog niet duidelijk.