Minister Van Weel wil cybercriminelen harder kunnen straffen
In dit artikel:
Minister David van Weel (Justitie en Veiligheid) wil hogere straffen mogelijk maken voor ernstige cyberdelicten, nadat het WODC in een evaluatie van de Wet computercriminaliteit III wees op een groeiend probleem van diefstal en handel in (persoons)gegevens. De wet, ruim zeven jaar van kracht en vorig jaar door het WODC onderzocht, toont volgens het onderzoeksinstituut dat de huidige maximumstraffen te laag zijn gezien zowel de aard van gestolen informatie als de schaal en maatschappelijke impact van zulke zaken. Technologische ontwikkelingen vergroten daarnaast de hoeveelheid data die buitgemaakt kan worden, en de illegale markt voor deze gegevens neemt toe.
Van Weel onderschrijft deze conclusies en wil bij de verdere beleidsuitwerking ook recente hacks — zoals bij Odido en Clinical Diagnostics — meenemen. Het WODC vestigt verder aandacht op de toepassing van de ‘heler‑steler‑regel’: in sommige vonnissen werd iemand niet veroordeeld voor heling wanneer hij de gegevens zelf had gestolen. De vraag of die regel onevenredig moet gelden bij datadelicten wordt mede aan de jurisprudentie overgelaten.
De evaluatie meldt ook dat de in Wet CCIII opgenomen hackbevoegdheid politieonderzoeken vaak waardevolle sturingsinformatie of bewijs oplevert (in ongeveer 60% van de inzetten), maar dat deze methode arbeidsintensief is door verplichte procedures en de omvangrijke data-analyse achteraf.