Nederland voorzitter Europees digitaal consortium Edic
In dit artikel:
Nederland is voorzitter en voortrekker van het nieuw opgezette European Digital Infrastructure Consortium (Edic) voor Digitale Gemeenschapsgoederen, dat deze week officieel in Den Haag van start is gegaan na goedkeuring door de Europese Commissie. Samen met Duitsland, Frankrijk en Italië neemt Nederland het initiatief om Europese digitale infrastructuur te versterken en minder afhankelijk te worden van technologie uit niet-Europese landen.
Het consortium richt zich op het gezamenlijk ontwikkelen en beheren van open, transparante alternatieven voor cruciale digitale diensten — denk aan AI-tools, cloudplatforms, cybersecurity-oplossingen en sociale netwerken — waarbij zowel publieke als private partijen, kennisinstellingen en bedrijven betrokken zijn. Edic biedt technische en juridische bijstand, helpt bij fondsenwerving en biedt een centraal fysiek en online loket waar projecten steun kunnen vinden. Staatssecretaris Eddie van Marum benadrukt dat vermindering van de huidige afhankelijkheid van buiten Europa essentieel is voor digitale soevereiniteit en weerbaarheid van overheden en bedrijven.
Doelen zijn het versterken van het Europese digitale ecosysteem, het vinden van duurzame financieringsmodellen en het aanjagen van breed gebruik door overheden, bedrijven en burgers. Art de Blaauw (CIO Rijk) noemt schaalvergroting als sleutel: door krachten te bundelen moeten gezamenlijke oplossingen sneller opschaalbaar worden. Naast de vier oprichters hebben vijf andere landen zich inmiddels aangesloten; meerdere lidstaten tonen interesse.
Edic is een juridisch instrument waarmee lidstaten gezamenlijk infrastructuurprojecten kunnen opzetten (minimaal drie landen nodig). Voorbeelden van eerdere Edics betreffen taalmodellen (ALT-Edic), digitale tweelingen van steden (CitiVerse), digitale commons (DC-Edic) en blockchain voor publieke diensten (Europeum-Edic). Lidstaten regelen zelf governance en deelname; erkende Edics kunnen onder bepaalde voorwaarden belasting- en accijnsvrijstelling krijgen. Hiermee wil Europa meer regie en veerkracht over zijn digitale toekomst realiseren.