Wat Python en Tadej Pogacar met elkaar gemeen hebben
In dit artikel:
In de Computable Index 2025 staat Python opnieuw bovenaan als meest gebruikte programmeertaal, gebaseerd op een samengestelde ranglijst van zes internationale bronnen (waaronder Tiobe en IEEE). De taal profiteert sterk van de opmars van ai-codeassistenten zoals GitHub Copilot en Gemini Code Assist: omdat die systemen vooral veel data hebben voor de grote, gangbare talen, versterkt dat hun dominantie. Daarnaast helpt Pythons brede ecosysteem en toegankelijke leerbaarheid bij het behoud van die positie.
De vergelijking met wielrenner Tadej Pogacar wordt gebruikt om Pythons profiel te illustreren: niet per se de snelste in elk domein, maar consistent goed genoeg in veel disciplines (ai, data-analyse en algemene ontwikkeling) om de koppositie te veroveren. UGent-docent Seppe Vanden Broucke plaatst Python als die universele tweede beste keuze die praktisch altijd volstaat.
JavaScript en Java volgen op respectievelijk twee en drie; beide verliezen licht terrein maar blijven essentieel — Java vooral in enterprise-omgevingen, JavaScript als dominante front-endtaal. In de bovenste regionen blijven C++, C# en C sterk aanwezig. Tiobe-vertegenwoordiger Paul Jansen prijst vooral C# vanwege transities naar cross-platform en open source, waardoor de taal actueel bleef.
Opvallend dit jaar is de stijging van R, dat twee plaatsen wint en terugkeert in de subtop. De groeiende focus op statistiek, data-analyse en visualisatie geeft R nieuwe zuurstof, vooral binnen academisch en onderzoekswerk, waar zijn nichevaardigheden nog altijd hoog gewaardeerd worden.
Kortom: ai-ondersteuning en brede toepasbaarheid versterken de gevestigde talen, terwijl nichespecialisten zoals R terrein winnen door groeiende vraag naar data- en statistiekvaardigheden.