Zijn onze datacenters voorbereid op een nieuwe werkelijkheid met drone- en raketaanvallen?
In dit artikel:
De fysieke dreiging voor datacenters verandert. Droneaanvallen op AWS-faciliteiten in de Verenigde Arabische Emiraten en Bahrein in maart 2026, en op datacenters van Yandex in Rusland, veroorzaakten schade, brand en verstoringen van clouddiensten. De incidenten laten zien dat digitale infrastructuur niet alleen kwetsbaar is voor technische storingen, brand, overstromingen en stroomuitval, maar ook voor militaire aanvallen en sabotage.
Datacenters zijn de afgelopen decennia veel betrouwbaarder geworden dankzij redundante stroomvoorziening, netwerkverbindingen en koeling. Tier III- en Tier IV-classificaties van het Uptime Institute beschrijven echter vooral de technische beschikbaarheid: Tier III maakt onderhoud mogelijk zonder onderbreking en Tier IV moet bestand zijn tegen een afzonderlijke technische storing. De classificaties bieden geen garantie tegen raketten, drones, sabotage of uitval van externe infrastructuur. Ook ANSI/TIA-942 is geen algemene bescherming tegen zulke scenario’s.
Een datacenter kan bovendien afhankelijk blijven van kwetsbare voorzieningen buiten het eigen terrein. Een aanval op een elektriciteitsstation kan meerdere locaties treffen, terwijl noodaggregaten afhankelijk zijn van brandstofleveringen. Meerdere glasvezelverbindingen bieden weinig bescherming als ze hetzelfde tracé of knooppunt gebruiken. Ook twee geografisch gescheiden datacenters kunnen dezelfde energieleverancier, telecominfrastructuur of logistieke keten delen. Organisaties moeten daarom niet alleen naar locatie, maar naar de feitelijke onafhankelijkheid van voorzieningen kijken.
De Europese NIS2-richtlijn verplicht datacenters en cloudproviders om onder meer bedrijfscontinuïteit, back-ups, incidentherstel en crisismanagement te organiseren, rekening houdend met fysieke risico’s. De CER-richtlijn en de Nederlandse en Belgische wetgeving voor kritieke entiteiten leggen daarnaast bredere weerbaarheidseisen op. Daarmee wordt continuïteit niet alleen een technische kwestie, maar ook een verantwoordelijkheid van bestuurders.
Digitale soevereiniteit biedt op zichzelf geen oplossing. Een Europese cloudprovider is niet automatisch beter beschermd dan een Amerikaanse hyperscaler; de robuustheid hangt vooral af van architectuur, spreiding, onafhankelijke infrastructuur en de mogelijkheid om over te stappen. Dat vereist digitale autonomie: applicaties en gegevens moeten daadwerkelijk naar een andere locatie of provider kunnen worden verplaatst.
Standaardisatie, open interfaces, containers, Kubernetes, infrastructure-as-code en open gegevensformaten kunnen die verplaatsbaarheid ondersteunen. Toch blijven applicaties vaak afhankelijk van specifieke databases, identiteitsdiensten of opslag. Een overstap is daarom niet hetzelfde als directe failover. Gegevensreplicatie, beveiliging, configuraties en herstelprocedures moeten vooraf worden ingericht en regelmatig getest. De Data Act moet overstappen tussen cloudproviders vanaf 12 januari 2027 onder meer goedkoper maken, maar lost capaciteitsproblemen niet op.
Bij een grote calamiteit kunnen honderden klanten tegelijk willen uitwijken. Dan kunnen rekenkracht, opslag, netwerkcapaciteit en GPU’s schaars worden en kan het transport van grote datasets te lang duren. Voor kritieke processen kan daarom vooraf gereserveerde capaciteit of een continu beschikbare tweede omgeving nodig zijn. De kern van digitale weerbaarheid bestaat volgens de analyse uit drie samenhangende elementen: fysieke bescherming, een veerkrachtige en verplaatsbare digitale architectuur, en de operationele mogelijkheid om snel over te schakelen. Organisaties moeten vooral weten of hun bedrijfskritische dienstverlening blijft functioneren wanneer hun primaire datacenter of een essentieel onderdeel van de infrastructuur langdurig wegvalt.
Vandaag Inside: Johan Derksen hoort Gerard Joling over Nederlandse politiek: 'Ik ben zo blij dat je er bent!’